Bijgewerkt op 27 augustus 2026
Afghanistan bevindt zich in een snel escalerende en complexe crisis. Door spanningen aan de grens met Pakistan zijn veel mensen hun huis ontvlucht en binnen het land ontheemd geraakt. Tegelijkertijd keren Afghanen die eerder in Pakistan verbleven, noodgedwongen terug naar hun land. Daarbovenop groeit de druk verder door het risico op een grootschalige terugkeer vanuit Iran, waarbij mogelijk tot wel 2 miljoen mensen naar Afghanistan zouden terugkeren. Deze ontwikkelingen komen boven op een van de zwaarste humanitaire crises ter wereld. In 2026 zullen naar verwachting 21,9 miljoen mensen in Afghanistan humanitaire hulp nodig hebben - onder wie 11,6 miljoen kinderen.
Het conflict met Pakistan heeft al burgerslachtoffers veroorzaakt en tot grootschalige ontheemding geleid. Tussen eind februari en 16 maart werden 289 burgers gedood of gewond, waaronder vrouwen en kinderen. Naar schatting zijn ongeveer 115.000 mensen recent op de vlucht geslagen.
De rechten en vrijheden van vrouwen en meisjes blijven ernstig beperkt en de humanitaire ruimte krimpt door de toenemende obstakels. Daarom herhalen we de urgentie om actie te blijven ondernemen. We moeten onze operaties voort kunnen zetten om in de basisbehoeften van de bevolking te voorzien.
Verergering van de crisis en druk op essentiële diensten
Afghanistan ervaart ook een verergering van de klimaatcrisis, aangezien natuurrampen vaker voorkomen en heviger worden. Het land behoort nochtans tot de minst verantwoordelijke voor de wereldwijde CO₂-uitstoot.
Na meerdere opeenvolgende jaren van droogte werd het land ook getroffen door hevige regenval en verwoestende overstromingen. De gevolgen van het El Niño-fenomeen, die de afgelopen maanden bijzonder sterk voelbaar waren, dreigen de situatie van de meest kwetsbare kinderen en gezinnen verder te verslechteren.
Tegelijk zetten massale terugkeerbewegingen de opvanggemeenschappen en essentiële diensten steeds meer onder druk. Sinds 2023 zijn zes miljoen mensen, van wie meer dan de helft kinderen, teruggekeerd naar Afghanistan. Daardoor komen de gezondheids- en voedingsdiensten, die al bijna hun maximale capaciteit hebben bereikt, nog verder onder druk te staan.
De voedselonzekerheid blijft toenemen
Volgens een nieuwe analyse van UNICEF lopen momenteel 3,7 miljoen kinderen aan acute ondervoeding (wasting), een ernstige vorm van ondervoeding. Eén miljoen daarvan kampen met ernstige acute ondervoeding. De situatie verslechtert in 26 van de 34 provincies van het land, nog vóór de seizoensgebonden piek van acute ondervoeding die gewoonlijk tussen juli en september wordt waargenomen.
Ook ziekenhuizen luiden de alarmbel. Het aantal kinderen met ernstige acute ondervoeding die daarnaast medische complicaties hebben, is in één jaar tijd met een derde gestegen: van 6.000 gevallen in juli 2025 naar 8.000 gevallen in juli 2026. Bijna 40% van de kinderen die voor deze ernstige vorm van ondervoeding in het ziekenhuis worden opgenomen, zijn baby’s jonger dan zes maanden.
Kinderen jonger dan twee jaar worden het zwaarst getroffen: zij vertegenwoordigen 83% van de gevallen van ernstige acute ondervoeding.
UNICEF waarschuwt ook voor vroege signalen van voedseltekorten bij veel gezinnen: minder gevarieerde voeding, het overslaan van maaltijden of onvoldoende porties voor kinderen. De helft van de Afghaanse kinderen leeft vandaag in ernstige voedselarmoede. Kinderen die leven in huishoudens die het zwaarst getroffen zijn door voedselonzekerheid lopen tot zes keer meer risico op vermagering (wasting), een acute vorm van ondervoeding die levensbedreigend kan zijn en snelle behandeling vereist.
Zoals blijkt uit een recent UNICEF-rapport zien steeds meer gezinnen zich door de economische en humanitaire crisis genoodzaakt om minder te eten. Kinderen krijgen minder gevarieerde voeding, de porties worden kleiner en sommige maaltijden worden simpelweg overgeslagen.
Ondervoeding is niet uitsluitend het gevolg is van een tekort aan voedsel. Een kind dat al ondervoed is en vervolgens ernstige diarree of een luchtweginfectie oploopt, kan zeer snel verder achteruitgaan. Omgekeerd vergroten terugkerende ziektes het risico op ondervoeding aanzienlijk.
Gezien het toenemende risico op ondervoeding breidt UNICEF ook zijn programma’s voor voedingspreventie verder uit, met bijzondere aandacht voor kinderen van 6 tot 23 maanden en zwangere vrouwen. Daarnaast versterkt de organisatie de screening en de vroegtijdige opsporing en behandeling van ondervoeding.